Poeldijk: Het Centrum van Waar-Niks-Gebeurt

Ah, mijn woonplaats Poeldijk. Het soort plek waar je terechtkomt als je TomTom in paniek raakt. Een dorp waar zelfs Google Maps zich afvraagt: "Weet je zeker dat je hier moet zijn?" Poeldijk is zo’n naam die klinkt alsof hij rechtstreeks uit een oer-Hollandse klucht komt, inclusief stijf pratende notabelen en een dorpsgek die de dag doorbrengt met het tellen van passerende auto’s (twee, op een drukke middag).


Laten we het over die Bartholomeuskerk hebben, hét middelpunt van het dorp. Dit is geen kerk waar mystiek of grandeur van afdruipt; het is meer een vriendelijke buurvrouw in architectonische vorm. Ze staat daar al een eeuw, een beetje stilletjes, alsof ze weet dat niemand echt naar haar omkijkt behalve als er een fietstocht is gepland of een lokale notabele zijn verjaardag viert. Ze heeft meer platte Hollandse degelijkheid dan goddelijke inspiratie, maar ach, ze doet haar best.

En eerlijk is eerlijk, Poeldijk heeft een soort onbedoelde charme. Het is het epicentrum van de Hollandse middelmaat. Het type plek waar het hoogtepunt van de week de opening van een nieuwe parkeerplaats is. Mensen praten er waarschijnlijk dagenlang over een postbode die de post een uur te laat bezorgt. En oh, de kassen. Je ontkomt er niet aan. Glimmende glazen kathedralen vol tomaten en paprika’s, alsof de Poeldijkers zich collectief hebben voorgenomen de wereld in groenten te verdrinken.

Poeldijk is ook de plek waar de tijd stilstaat. Letterlijk. De kerkklok doet het soms niet, en niemand lijkt dat een probleem te vinden. Sterker nog, het lijkt een metafoor voor het hele dorp. De Poeldijker leeft volgens zijn eigen schema. Wat maakt het uit dat de rest van de wereld zich druk maakt om globalisering, klimaatverandering of AI? In Poeldijk ben je pas hip als je nog een Nokia 3310 hebt en ermee opschept bij de plaatselijke braderie.

En toch, juist dat nonchalante gebrek aan ambitie heeft iets. Want laten we eerlijk zijn, in de drukte van de moderne wereld is Poeldijk een anachronisme. Een dorp waar niets hoeft en alles blijft zoals het altijd al was. Is het treurig? Misschien. Is het fantastisch in zijn eenvoud? Absoluut. Poeldijk is niet het dorp dat we verdienen, maar misschien wel het dorp dat we nodig hebben. Of toch niet. Ach, wie zal het zeggen?

Olijven en Ouzo onder de Kerstboom

Het was een ongebruikelijke keuze, ik geef het toe. Terwijl vrienden en familie zich voorbereidden op sneeuw, glühwein en oliebollen, hadden we besloten Kerst door te brengen op een klein Grieks eiland. Waarom? Misschien omdat de gedachte aan een zonnebril en een ouzootje aantrekkelijker klonk dan met bevroren vingers een boom in de woonkamer versieren.



Het eiland, een vergeten stip in de Egeïsche Zee, was zo klein dat er meer geiten dan inwoners leken te zijn. Bij aankomst werden we begroet door Yannis, een oude visser met een gezicht dat eruitzag alsof het door jaren zeewind was uitgehouwen. Hij zwaaide enthousiast terwijl hij met een sigaret in zijn mond naar zijn gammele pickup gebaarde. "Kalimera! Jullie zijn hier voor Kerst, ja? Heel speciaal hier!" Hij klonk oprecht, al kon ik me moeilijk voorstellen hoe Kerst op een plek met drie cafés en een supermarkt spectaculair kon zijn.
De "kerstsfeer" begon bescheiden. In de dorpswinkel, naast een stapel verse citroenen, stond een plastic kerstboom van niet meer dan een meter hoog. Er hingen slingers in de vorm van olijven aan en een kleine kerstengel met een scheve glimlach bekroonde de top. Het was schattig op een manier die je doet glimlachen, maar ook een beetje medelijden oproept.
Die avond, terwijl we op een terras zaten met uitzicht op de donkere zee, hoorde ik muziek in de verte. We volgden het geluid en kwam uit bij het dorpsplein, waar het hele eiland zich had verzameld. Midden in de menigte stond Yannis met een accordeon in zijn handen. "Kerstliedjes!" riep hij triomfantelijk, waarna hij een melodie inzette die onmiskenbaar Grieks klonk, maar waarvan hij me verzekerde dat het over de geboorte van Jezus ging. Het klonk meer alsof Zeus op de Olympus een feestje gaf, maar het enthousiasme was aanstekelijk.
Ergens in een hoekje stond een tafel vol eten. Geen kalkoen of kerstpudding hier, maar schalen vol moussaka, tzatziki en gefrituurde visjes. Ik sloot aan bij de rij en kreeg een bord dat bijna te klein was voor de hoeveelheid die erop werd geschept. "Ouzo erbij?" vroeg een oudere dame met een knipoog, terwijl ze een glas in mijn hand drukte.
Toen de nacht vorderde, begonnen we het echte geheim van de Griekse kerstsfeer te begrijpen: het draait niet om sneeuw of luxe, maar om samenzijn, eten en zoveel ouzo drinken dat zelfs de ster van Bethlehem begint te dansen.
Een hoogtepunt van de avond was het traditionele Griekse kerstverhaal, verteld door de priester van het dorp. Hij was een kleine man met een lange baard, en terwijl hij sprak, zwaaide hij enthousiast met zijn handen. Het verhaal, zo verzekerde hij me later, was een unieke combinatie van de Bijbel en Griekse mythologie. Het eindigde met Jezus die naast een vuurtje zat met Poseidon en Hera, genietend van gevulde wijnbladeren. Ik vond het geweldig.
Aan het einde van de avond waren we omringd door nieuwe vrienden, een buik vol eten en een hoofd vol ouzo. Yannis bood me aan om me terug te rijden, wat ik afsloeg toen ik hem naar zijn accordeon zag grijpen terwijl hij zijn zoveelste glas inschonk.
Terug in het kleine appartement, terwijl de nacht over het eiland viel, dacht ik aan hoe anders deze Kerst was dan ik gewend was. Geen glitter, geen cadeaustress, geen kerstmuziek die je na drie minuten al de keel uithing. Alleen een warme gemeenschap, eenvoudige tradities en een overvloed aan gastvrijheid.
Toen ik in slaap viel, hoorde ik in de verte nog steeds Yannis' accordeon. Het klonk meer vals dan ooit, maar het maakte me niets uit. Dit was, zo besefte ik, misschien wel de meest authentieke kerst die ik ooit had meegemaakt.

Glühwein en Gehaktballen

Op een druilerige vrijdagmiddag, toen het leek alsof de grijze lucht me persoonlijk probeerde te ontmoedigen, besloot ik impulsief naar een Duitse kerstmarkt te gaan. Waarom? Omdat niets "gezelligheid" schreeuwt zoals een overbevolkte markt met kerstlampjes en een overdosis kaneel in de lucht. De bestemming: Düsseldorf, een stad die klinkt alsof het je portemonnee al leegtrekt bij het uitspreken.

Met de trein arriveerde ik in een chaos van mensen in jassen die allemaal wanhopig op zoek leken naar de magische combinatie van Glühwein en goedkope souvenirs. De eerste kraam die ik tegenkwam verkocht houten rendieren. "Handgemaakt," zei de verkoper trots, terwijl ik dacht: Ja, door een machine in China misschien.

Na vijf minuten struinen wist ik het zeker: ik had Glühwein nodig om dit vol te houden. Bij de eerste kraam bestelde ik een mok. De verkoper, een man met een baard die zo indrukwekkend was dat ik vermoedde dat hij 's nachts als kerstman werkte, overhandigde me een warme mok gevuld met rode vloeistof en een hoop kerstgeur. De eerste slok smaakte naar kerst... en naar het soort kater waar ik later spijt van zou krijgen.

Met de Glühwein in de hand vervolgde ik mijn tocht. De markt leek een eindeloos labyrint van kraampjes die allemaal hetzelfde leken te verkopen: kerstballen, kaarsen, en worsten. Een kraam met 'authentieke' Duitse gehaktballen trok mijn aandacht. Ik bestelde er één en kreeg een bal zo groot dat ik even twijfelde of ik een munitiefabriek was binnengelopen. Maar eerlijk is eerlijk, het smaakte geweldig. Vet, kruidig en perfect om de Glühwein te temperen die inmiddels als een warm deken in mijn maag lag.

Terwijl ik at, begon het zachtjes te sneeuwen. Het leek bijna alsof iemand boven op een knopje had gedrukt om de "kerstervaring" compleet te maken. Het was perfect... tot ik besefte dat mijn vingers bevroren waren en de sneeuw veranderde in een plakkerige brei.

Ik waagde me naar een kraam waar handgemaakte mutsen werden verkocht. De verkoper, een vrouw die eruitzag alsof ze al dertig jaar in een Scandinavische fjord woonde, verzekerde me dat de muts "echt wol" was. Ik zette hem op en voelde meteen een kriebel opkomen waarvan ik wist dat het me de rest van de avond zou kwellen.

Toen de avond viel, begonnen de lampjes op de markt echt te schitteren. Het was bijna magisch. Bijna, want de magie werd regelmatig doorbroken door schreeuwende kinderen en een man met een accordeon die "Jingle Bells" speelde op een manier die klonk alsof het instrument voor zijn pensioen smeekte.

Voordat ik de trein terug nam, kocht ik nog een "authentieke" kerstbal. Thuis bleek later dat er "Made in Taiwan" op stond, maar op dat moment voelde het alsof ik een stukje van de markt had meegenomen.

In de trein, omringd door andere vermoeide dagjesmensen met hun eigen Glühwein-gelukkige gezichten, dacht ik terug aan de dag. Het was hectisch, chaotisch, en eerlijk gezegd best koud. Maar met de geur van kaneel in mijn jas en de kriebelende muts op mijn hoofd, voelde ik me toch een beetje zoals die kerstballen in de etalages: glanzend, kleurrijk, en net een tikje te veel versierd.




Meelevend

Door Jeroen Geerts

Het komt regelmatig voor, een aardschok of een kleine beving op het Griekse eiland Kos. Ik moet zeggen dat ik ook diep onder de indruk was van nog niet eens zo'n zwaar bevinkje. Dit was in het jaar dat er ook een grote beving had plaatsgevonden en er veel schade was aangericht. 

We zaten op ons balkon en hadden het gevoel alsof er een hele zware vrachtwagen aan kwam rijden. Vervolgens werden we even door elkaar geschud en zagen we op het dak voor ons de stellingen die daar stonden heftig heen en weer bewegen. 

"Was dat wat ik dacht dat het was?" Ik beaamde het en stelde voor om als het nu direct nog een keer gebeurde naar beneden te gaan. "Wat dacht je van nu meteen naar beneden?"
Op het terras was het redelijk rustig en hier en daar zaten wat mensen te praten over wat er net gebeurd was. Een echte aardbeving. Een mevrouw die zat te wachten tot ze werd opgehaald door de bus die haar naar het vliegtuig zou brengen zat te draaien op haar stoel. Ze moest naar de WC en durfde eigenlijk niet. Mar ging mee. Naar de WC in de kelder en kwam er daar achter dat zij er ook niet wilde zijn. 
Paniek op het terras na de beving

De dag erna stond er op Facebook dat er grote paniek was op het terras van ons hotel, direct na de aardbeving. We keken elkaar verbaasd aan. Welke paniek. Iedereen zat rustig met elkaar te praten, te appen of te telefoneren. Maar het doet je wel wat. Het woord trauma is misschien wat te zwaar, maar je krijgt er een tik van. Deze aardbeving had eigenlijk geen schade aangericht. 

De grote aardbeving van 2017 had een verwoestende werking. Er vielen twee doden en heel veel gebouwen werden beschadigd. We spraken een vrouw die met haar kleinkind in een appartement woonde dat ook beschadigd was. Vreemd genoeg was op de gevel aangegeven dat de begane grond 'gevaarlijk' was, maar de twee verdiepingen erboven niet. De vrouw vertrouwde het niet en liep bij minste of geringste aanleiding de straat op met haar kleinkind. Ze vond de schade erg, maar die aardbeving in Mexico die net gebeurt was, dat was nog veel erger. Ik waardeer de meelevendheid van de inwoners van Kos.

Toen we later in de week op een terras een drankje namen voelden we weer de trillingen. We zagen het geschokte gezicht van de serveerster. Wij schrokken ook. Maar dit keer was het echt een vrachtwagen. Je verliest dat gevoel niet. 

Afvalberg

Door: Jeroen Geerts

Als je wat vaker op hetzelfde Griekse eiland komt, dan wijk je als vanzelf wat vaker van de begaande paden. Wij pakken altijd scooters om lekker mee rond te rijden. Te lui voor fietsen en met de auto rijd je vaak van alles voorbij. Een scooter is dan een perfecte tussenoplossing. 

Ieder een eigen scooter ook, want we willen allebei de controle over het stuur. Met onze scooters hebben we zo de mooiste plekjes gevonden op de Griekse eilanden. Verlaten strandjes met een prachtig uitzicht. Bergen met mooie vergezichten. Cafeetjes waar alleen de plaatselijke dorpsgenoten vertoefden. Piepkleine dorpsmusea waar je het gevoel krijgt opgesloten te gaan worden (als je teveel Amerikaanse thrillers hebt gezien). Ruïnes van dorpjes die op geen enkele kaart stonden.

Maar ook dat ene Italiaanse sandwich-tentje die ons elke dag voorzag van een ontbijt op maat. Moesten we wel een stukje voor scooteren vanaf ons appartement, want dat lag weer in the middle of nowhere. 

Met onze verkenningstochten op Kos waren we de omgeving van Pyli aan het ontdekken. Elke zijweg werd ingeslagen en via binnendoorpaadjes kwamen we al gauw in een wat meer uitgestrekte omgeving waar het een beetje typisch rook. 

Ik stopte om te kijken of de stank van mijn scooter af kwam want de kwaliteit van de scooters die je kunt huren varieert nogal. Het zou niet de eerste keer zijn dat we ergens midden in de natuur staan als een scooter afslaat en niet meer aan wil. Hulp is meestal snel ter plaatse, maar voorkomen is beter dan genezen. 

Nee, de lucht komt niet van de scooter. Als we de volgende bocht omslaan zien we verderop een enorme berg afval. Waar gaat de rotzooi op Kos naar toe? Daar naar toe! Even door de stank heen bijten en dan zijn we op de hoofdweg, dacht ik nog. 

Maar het waaide ook enorm en die wind  kwam over die afvalberg heen en kruiste daarna ons pad. De vaste voorwerpen bleven nog wel op hun plek op de berg. Maar in Griekenland spoelen ze het wc papier niet door......

Je kunt me ook volgen op: