Het eindeloze afscheid


Daar stond ik dan, op het punt om te vertrekken. Tas in de hand, zonnebril op, klaar voor de bus naar de haven. “Ya sou, Kosta! Ik moet gaan, hè.” Kosta, de eigenaar van de taverna, keek me bedachtzaam aan. “Maar eerst nog een koffie.” Voor ik kon protesteren stond er al een ijskoude frappé voor mijn neus. Tja, Griekse logica: tijd bestaat niet.


Twintig minuten later stond ik op, schudde handen, bedankte nog een keer. “Ja, maar je hebt Yannis nog niet gedag gezegd!” Yannis, de bedachtzame oude man, die rustig zijn komboloi ronddraaide in de schaduw, knikte me toe en wenkte. “Kom, één ouzo voordat je gaat. 'n Kleine.” Een ‘kleine’ ouzo werden uiteraard meerdere kleine glaasjes, en na wat lachende anekdotes en knipoogjes zat ik alweer een uur verder.


De klok tikte. “Oké, nu ga ik écht.” Maar, net toen ik de hoek omging, stond Maria op haar stoep. “Eet je wel genoeg?" zegt ze terwijl ze lachend met haar vinger in mijn buik prikt. "Neem nog wat spanakopita mee!” Geen nee tegen te zeggen. Zo geschiedde het dat mijn tas, die eerst licht was, ineens gevuld werd met een halve bakkerij en lekkere hapjes.


Eenmaal aangekomen bij de soort van bushalte, zag ik de chauffeur me al tegemoet lopen. “Ah, jij gaat weg? Nou, eerst een sigaretje, we hebben tijd. Wil je ook frappé?” En zo kabbelde de laatste minuten van de ochtend verder, in wat ik alleen maar kan omschrijven als de Griekse manier van afscheid nemen: langzaam, uitgebreid, en vol liefde.


Of ik de boot uiteindelijk haalde? Natuurlijk niet. Maar dat gaf niks, er is altijd morgen... of overmorgen.

“Let’s go Greek”


Een tijd geleden las ik een kostelijk boek over uitdrukkingen die verwijzen naar Nederlands gedrag. In ‘De Dutchionary’ zien we daar allemaal voorbeelden van. We kennen allemaal de uitdrukking ‘Go Dutch’ wel, waarbij we bijvoorbeeld in een restaurant de rekening minutieus delen tot op 5 cijfers achter de komma en vervolgens een ‘Tikkie’ sturen naar alle deelnemers. 

De meeste uitdrukkingen in het boek zijn dan ook niet erg positief als er naar Nederland of Nederlanders wordt verwezen. Maar bestaat zoiets nou ook voor Griekenland? Ik heb het uitgezocht en jawel, er is een hele reeks uitdrukkingen die betrekking hebben op Griekenland en hun cultuur of gedrag.  Hier een kleine bloemlezing:  

"Go Greek" Stap over op de Griekse modus: laat de stress varen en geniet van het moment. Bijvoorbeeld: ruil je strakke werkagenda in voor een lange lunch met vrienden, compleet met mezze, ouzo en eindeloos kletsen. Dat is het echte "Go Greek".

"Break plates like a Greek"
Vier het leven uitbundig, zelfs als dat betekent dat je letterlijk of figuurlijk iets moet breken. Stel je voor: je hebt eindelijk een grote klus afgerond, dus je gooit de confetti in het rond of - in echte Griekse stijl - een bord tegen de muur. Opa!

"Speak Greek to me"
Perfect voor die situaties waarin iemand iets zegt wat jij totaal niet begrijpt. Als je collega een ingewikkelde spreadsheet uitlegt of je schoonvader over carburetors begint, antwoord je gewoon met een lach: "Speak Greek to me!"

"It’s all Greek to me"
Die klassieke uitdrukking voor wanneer iets compleet onbegrijpelijk is. Bijvoorbeeld: je kijkt naar het receptenboek van je oma, vol oude handgeschreven Griekse aanwijzingen, en mompelt: "It’s all Greek to me."

"Dance Greek style"
Laat je volledig gaan op de dansvloer, net als bij een Griekse sirtaki. Je hoeft niet eens de passen te kennen; het gaat om de energie en het plezier. Stel je voor dat je in een kring staat met vrienden, armen om elkaar heen, en gewoon lekker meebeweegt.

"Go full Greek"
Duik volledig in het moment en omarm het Griekse genieten. Denk aan een barbecue-avond: zorg voor een overvloed aan eten, breng iedereen samen, en blijf urenlang napraten onder de sterren.

"Live like a Greek philosopher"
Adopteer de wijsheid van Plato of Aristoteles, en gooi af en toe een wijze spreuk in de groep. Bijvoorbeeld tijdens een discussie: "Zoals Socrates al zei: het enige wat ik weet, is dat ik niets weet." Grote kans dat iedereen stilvalt en jij er als de slimste uitziet.

"Throw a Greek wedding"
Organiseer een feest dat zo groot en chaotisch is dat het nooit vergeten wordt. Denk aan tafels vol eten, muziek, dansen en iedereen die een beetje te veel ouzo heeft gedronken. Je hoeft niet te trouwen; het draait om de sfeer.

"Greek your way out"
Gebruik je charme en slimme trucs om uit een lastige situatie te komen. Bijvoorbeeld: je hebt een deadline gemist, maar je filosofeert jezelf eruit met een briljante uitleg waarom het creatieve proces tijd nodig had. Een beetje listig, maar altijd met stijl.

"Share it Greek style"
Alles op tafel, iedereen mag mee-eten. Bestel een hoop gerechten in een restaurant en deel ze met de hele tafel, zoals de Grieken dat doen. Een simpele, maar verbindende manier van genieten.

"Don’t pull a Greek tragedy"
Blijf kalm en maak het niet erger dan het is. Als je beste vriendin klaagt over een klein vlekje op haar nieuwe jurk, kun je haar geruststellen met: "Rustig, joh, don’t pull a Greek tragedy."

"Eat like a Greek god"
Laat je gaan en geniet zonder schuldgevoelens van goed eten. Stel je een maaltijd voor met feta, moussaka, gyros en olijfolie die rijkelijk vloeit. Of je nu thuis bent of op vakantie, eet alsof je op Olympus woont.

"Find your inner Greek"
Vertraag, geniet en leef alsof de tijd even stil staat. Of je nu aan een glas wijn nipt op een balkon of de zonsondergang bekijkt, dit is het moment om je innerlijke Griek naar boven te halen.

"Be Greek rich"
Wees rijk in het leven, zelfs als je portemonnee dat niet is. Vier een simpele picknick in het park alsof het een vijfsterrenmaaltijd is, want geluk zit niet in de grootte van je budget, maar in de grootte van je glimlach.

"Run like a Greek athlete"
Geef alles wat je hebt, net als de atleten in de originele Olympische Spelen. Of je nu traint voor een marathon of gewoon de bus probeert te halen, doe het met dezelfde vastberadenheid.

"Love like a Greek poet"
Laat je hart spreken en wees vol passie. Of het nu een liefdesbrief is of een spontaan gebaar, doe het met dezelfde vurigheid als de oude Griekse dichters.

"Build it Greek style"
Creëer iets tijdloos en indrukwekkends, zelfs als het een beetje improvisatie vereist. Zoals een houten boekenplank die scheef staat, maar het toch houdt. Net als het Parthenon, imperfect maar iconisch.


Een Mediterrane Parel: de taverne in Marmari

Op het Griekse eiland Kos, waar de zon het kristalheldere water van de Egeïsche Zee laat glinsteren, ligt bij een klein rustig strandje een bescheiden taverne dat de essentie van Griekse gastvrijheid belichaamt. In het plaatsje Marmari wordt dit etablissement gerund door een oudere eigenaar - door ons liefkozend 'opa' genoemd- en zijn zoon.


Het familierestaurant heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een vaste waarde voor terugkerende bezoekers. De combinatie van authentieke gerechten en verfrissende drankjes vormt de basis van het succes. Opvallend detail: een koude cola kost er slechts €1,25, waarbij het originele supermarktprijsje van 65 cent nog zichtbaar is op het blikje - een toonbeeld van Griekse transparantie.



De faciliteiten zijn charmant eenvoudig. Een lange wandeling over het terrein leidt bezoekers naar het sanitair, waar de deuren weliswaar wat weerbarstig zijn, maar dit doet niets af aan de algehele ervaring. De wifi-code, een imposante reeks van 26 cijfers, prijkt op een nabijgelegen paal - waarschijnlijk vooral om het gebruik van de wifi te ontmoedigen. Alles schreeuwt: "Geniet van mijn uitzicht, van de zee, van het kleine strandje."  


Voor families met kinderen biedt het aangrenzende speeltuintje vermaak, al vraagt het verouderde materiaal om ouderlijk toezicht. De roestige speeltoestellen vertellen hun eigen verhaal van jaren trouwe dienst onder de Griekse zon.


Ondanks, of misschien wel dankzij, deze karakteristieke eigenschappen straalt de taverne een onmiskenbare gezelligheid uit. Het is geen vergane glorie, maar een levend bewijs dat authenticiteit en eenvoud hand in hand kunnen gaan met een waardevol horecaconcept. De vele terugkerende gasten bevestigen: hier schuilt de ware charme van Griekenland, ver weg van opgeklopte toeristische attracties.


Dit stukje Kos representeert wat veel reizigers zoeken in Griekenland: een ongecompliceerde, eerlijke ervaring waar kwaliteit en hartelijkheid voorop staan. Het is een plek waar herinneringen worden gemaakt, niet door overdadige luxe, maar door de oprechte gastvrijheid van een Griekse familie die hun taverne met trots runt.

Dodemansrit

We zijn eigenlijk altijd op tijd. Heb ik beetje van mijn vader.  Die zorgde er vroeger al voor dat hij zelfs als hij autopech zou krijgen, nog lopend op tijd op zijn werk zou komen. Hij vertrok altijd ruim van tevoren, niet omdat hij zo’n zenuwpees was, maar gewoon omdat hij niets aan het toeval wilde overlaten. De klok was zijn bondgenoot, de weg zijn vijand. En ik? Ik had het van hem geleerd, die drang om altijd op tijd te zijn. Het werkte geruststellend, meestal.


We zijn weer eens op een Grieks eiland. Vakantiegevoel. Het plan is om met de taxi naar het vliegveld te gaan, ruim op tijd uiteraard. Maar terwijl we wachten, begint er iets te knagen. De taxi is laat. Eerst een paar minuten, dan een kwartier. Mijn zenuwen nemen het langzaam over, alsof ik mijn vader hoor mompelen: “Zouden we niet alvast moeten gaan lopen?”

De tijd tikt door en met elke seconde wordt de reis naar het vliegveld steeds korter. Net op het moment dat ik op wil springen om een alternatief te zoeken, komt de taxi eindelijk de hoek om. Een gevoel van opluchting, maar slechts van korte duur. De chauffeur, een man van middelbare leeftijd met zonnebril en sigaret in zijn mondhoek, glimlacht ontspannen. “Je moet je geen zorgen maken,” zegt hij met een gebroken Engels accent. “Als je een taxi bestelt, kom je altijd op tijd op je bestemming.”

Mijn innerlijke klok begint harder te tikken. De weg naar het vliegveld is lang en bochtig, en de man lijkt dat niet als een probleem te zien. Integendeel. Zijn voet duwt het gaspedaal met een vastberadenheid die me ongemakkelijk maakt. Auto’s schieten voorbij, hij slingert tussen vrachtwagens door, en haalt in op plekken waar ik mijn ogen sluit. Mijn knokkels worden wit van het vasthouden aan de deurklink. Dit is geen rit meer, dit is een dodemansrit.

Maar de chauffeur blijft onverstoorbaar. “Grieks eiland, geen probleem,” mompelt hij nog terwijl hij met ruim 100 km/u over de smalle weg scheurt. Elke bocht lijkt een uitdaging die hij maar al te graag aangaat. En dan, plotseling, zonder waarschuwing, zijn we er. Het vliegveld. Op tijd. Natuurlijk.

Ik kijk naar de chauffeur en hij knipoogt. “Altijd op tijd,” zegt hij, alsof dit allemaal de normaalste zaak van de wereld is. En misschien, hier in Griekenland, is dat het ook wel.

Een ongevraagd saladecadeau

Gaat het weleens mis met de gastvrijheid op de Griekse eilanden? Jawel, niet zozeer met de gastvrijheid als wel met onze interpretatie daarvan. Na een korte zoektocht vonden we het restaurant waar onze Griekse kennis was gaan werken. Was Julia er? Nee, die kwam ‘s avonds pas. We dronken een drankje, rekenden af en besloten later weer terug te komen. 


Het restaurant ligt aan het strand en is de eerste met een regenboogvlag die naast de trotse Griekse vlag wappert. Het heeft een uitgebreide plek aan zee voor strandstoelen die per twee zijn gekoppeld. Daartussen zit een klein tafeltje en -hoe verrassend-  een kluisje daaronder waar je de kostbare spullen in kwijt kan als je de zee in loopt. Nog niet eerder gezien en superhandig. Want als voormalig stadsmens ben ik nooit de voorzichtigheid kwijtgeraakt voor het verliezen of beroofd worden van je spullen. We zullen er deze vakantie vaak bivakkeren, ook al zijn we geen strandliefhebbers. De gezelligheid overheerst en ons hotel heeft geen noemenswaardig zwembad. 


Laat in de middag parkeren wij onze scooters aan de zijkant van het restaurant en lopen het buitenterras op. Daar is Julia, onze kennis. Een bestelling wordt afgeraffeld en dan schiet ze onze kant op. Een heel ritueel van kussen, omhelzen en welkom heten volgt. Dan krijgen we een rondleiding langs het overige personeel. De kok en eigenaar, zijn zoon, andere serveersters. Het kan niet op. Op de Griekse eilanden hebben ze het ‘warme’ welkom uitgevonden. 


Tijd voor een drankje; "Wat willen jullie drinken?"  Een droge witte wijn van plaatselijke origine voor mij en een wodka met bosbessensap op speciaal recept van Julia, voor Mar. Als de drank komt gaat Julia er ook even bij zitten. Er is veel gebeurd in het winterseizoen. Ze is van haar man af, want die trok het niet dat ze veel aan het werk was in de zomer en zij trok het niet dat haar man in de winter constant om haar heen hing. Ze is nu op zoek naar een huisje in de stad. Ze heeft een eigen huis in een dorp verderop, maar daar gebeurt niet veel en is eigenlijk net te ver om haar gebroken dienst in het restaurant te draaien. Ze moet dan twee keer op en neer rijden en naast de benzine kost dat ook heel veel tijd. Het is lastig om iets leuks te vinden want ze moet een extra slaapkamer hebben voor haar zoon die meeverhuist. 


Julia is een feestbeest geworden het afgelopen winterseizoen. Op haar Facebook zagen we constant filmpjes van het volgende feestje waar ze aanwezig was, dansend en zingend. Ze heeft het naar haar zin. Blijven we eten? Ja, natuurlijk. De kaart wordt gehaald en er wordt bij gezegd dat alles aan te passen is aan onze allergische wensen, en dat zijn er nogal wat. We nemen nog een drankje. Wodka à la Julia is inmiddels een begrip in het restaurant. Of ze er nou zelf is of niet. We bekijken de kaart en komen tot de conclusie dat er best wat moet worden aangepast. Het zijn allemaal luxe gerechten waar we waarschijnlijk last van gaan krijgen. 


Dan komt een andere serveerster die een uitgebreide salade bij ons op tafel zet. Met bordjes en bestek. Dank je wel. Wat een welkom. Een man aan het tafeltje naast ons kijkt ons wat beteuterd aan, maar wenst ons vriendelijk smakelijk eten als we zijn kant opkijken. “Met zo’n salade krijg ik straks geen avondeten meer naar binnen", verzucht ik na een paar happen. “Wel lief dat ze zo goed voor ons wordt gezorgd en dat Julia nog weet van vorig jaar dat jij van de salades bent”, zegt Mar.  Dan komt Julia schaterlachend aan onze tafel staan. “Die salade is helemaal niet voor jullie, die is voor hem”, terwijl ze wijst naar de man die eerder beteuterd heeft gekeken. In rap Grieks wordt het ook aan hem uitgelegd. De man kan er gelukkig om lachen. We bieden hem een drankje aan voor de extra wachttijd, maar daar wil hij niets van weten. “Maar dan rekenen we wel de salade af.” Maar daar wil Julia niets van weten. “Die krijg je van mij”, is haar korte antwoord en weg is ze weer. Het voelt niet lekker,  alsof we deze gastvrijheid hebben afgedwongen. We maken het goed door nog stevig door te drinken, rondjes te geven en na een uitgebreid consult van de kok, ons late avondeten te nuttigen. Wie goed doet, goed ontmoet.


Culinaire confrontatie en een les in Griekse gastvrijheid

Het was mijn oude vakantievriend Peter die me op mijn eerste Griekenlandreis de les bijbracht. We zaten 
die eerste avond op Rhodos in een kleine taverne, net aangeschoven na een dag vol zonneschijn en zeezout. Ik was van plan mijn bord keurig leeg te eten - een gewoonte die me thuis altijd was aangeleerd.

"Raak dat laatste stukje vis niet aan," fluisterde Peter, zijn hand beschermend voor mijn bord. "Hier laat je altijd wat over."

Ik keek hem verbouwereerd aan. "Wat? Waarom in vredesnaam?"

Hij grijnsde, nam een slok ouzo en legde uit: "Als je je bord helemaal leegeet, denken de Grieken dat je nog steeds honger hebt. Dat je niet genoeg hebt gekregen. Het is een belediging voor de kok."

Het leek me onzin. Maar Peter had al jaren vakantie in Griekenland, dus ik besloot hem te geloven. En inderdaad, toen ik die avond een klein stukje vis en wat tzatziki liet liggen, verscheen er een goedkeurende glimlach op het gezicht van de oude kok die ons van dienst was geweest.

Die glimlach was veelzeggend. Vol trots, vol warmte. Een blik die leek te zeggen: "Ah, deze toerist begrijpt het!" Het was een subtiele dans van culinaire etiquette waarbij een half vol bord wordt gezien als het ultieme compliment.

Want in Griekenland is eten meer dan voedsel alleen. Het is een statement, een uitdrukking van overvloed, van warmte, van "kom maar op met die extra portie!" Elke hap is een verhaal, elke maaltijd een familiegeheim dat wordt gedeeld.

Toen de kok me de volgende avond bediende, keek zij me aan met een mengeling van herkenning en plezier. Niet langer was ik de onwetende toerist die haar gerechten dreigde te beledigen door alles op te eten. Nee, ik was nu ingewijd in de heilige kunst van het Griekse eten.

Langzaam begon ik te begrijpen: dat halve stuk vis, die restjes tzatziki, ze waren meer dan gewoon voedsel. Ze waren een uitnodiging, een gebaar van overvloed, een stille belofte van "er is altijd meer waar dit vandaan komt".

Sindsdien eet ik op elke vakantie in Griekenland bewust wat minder, liet wat eten over. En de koks? Ze glimlachten. Een glimlach van begrip, van herkenning. Van "nu snap je het". 

Poeldijk: Het Centrum van Waar-Niks-Gebeurt

Ah, mijn woonplaats Poeldijk. Het soort plek waar je terechtkomt als je TomTom in paniek raakt. Een dorp waar zelfs Google Maps zich afvraagt: "Weet je zeker dat je hier moet zijn?" Poeldijk is zo’n naam die klinkt alsof hij rechtstreeks uit een oer-Hollandse klucht komt, inclusief stijf pratende notabelen en een dorpsgek die de dag doorbrengt met het tellen van passerende auto’s (twee, op een drukke middag).


Laten we het over die Bartholomeuskerk hebben, hét middelpunt van het dorp. Dit is geen kerk waar mystiek of grandeur van afdruipt; het is meer een vriendelijke buurvrouw in architectonische vorm. Ze staat daar al een eeuw, een beetje stilletjes, alsof ze weet dat niemand echt naar haar omkijkt behalve als er een fietstocht is gepland of een lokale notabele zijn verjaardag viert. Ze heeft meer platte Hollandse degelijkheid dan goddelijke inspiratie, maar ach, ze doet haar best.

En eerlijk is eerlijk, Poeldijk heeft een soort onbedoelde charme. Het is het epicentrum van de Hollandse middelmaat. Het type plek waar het hoogtepunt van de week de opening van een nieuwe parkeerplaats is. Mensen praten er waarschijnlijk dagenlang over een postbode die de post een uur te laat bezorgt. En oh, de kassen. Je ontkomt er niet aan. Glimmende glazen kathedralen vol tomaten en paprika’s, alsof de Poeldijkers zich collectief hebben voorgenomen de wereld in groenten te verdrinken.

Poeldijk is ook de plek waar de tijd stilstaat. Letterlijk. De kerkklok doet het soms niet, en niemand lijkt dat een probleem te vinden. Sterker nog, het lijkt een metafoor voor het hele dorp. De Poeldijker leeft volgens zijn eigen schema. Wat maakt het uit dat de rest van de wereld zich druk maakt om globalisering, klimaatverandering of AI? In Poeldijk ben je pas hip als je nog een Nokia 3310 hebt en ermee opschept bij de plaatselijke braderie.

En toch, juist dat nonchalante gebrek aan ambitie heeft iets. Want laten we eerlijk zijn, in de drukte van de moderne wereld is Poeldijk een anachronisme. Een dorp waar niets hoeft en alles blijft zoals het altijd al was. Is het treurig? Misschien. Is het fantastisch in zijn eenvoud? Absoluut. Poeldijk is niet het dorp dat we verdienen, maar misschien wel het dorp dat we nodig hebben. Of toch niet. Ach, wie zal het zeggen?

Olijven en Ouzo onder de Kerstboom

Het was een ongebruikelijke keuze, ik geef het toe. Terwijl vrienden en familie zich voorbereidden op sneeuw, glühwein en oliebollen, hadden we besloten Kerst door te brengen op een klein Grieks eiland. Waarom? Misschien omdat de gedachte aan een zonnebril en een ouzootje aantrekkelijker klonk dan met bevroren vingers een boom in de woonkamer versieren.



Het eiland, een vergeten stip in de Egeïsche Zee, was zo klein dat er meer geiten dan inwoners leken te zijn. Bij aankomst werden we begroet door Yannis, een oude visser met een gezicht dat eruitzag alsof het door jaren zeewind was uitgehouwen. Hij zwaaide enthousiast terwijl hij met een sigaret in zijn mond naar zijn gammele pickup gebaarde. "Kalimera! Jullie zijn hier voor Kerst, ja? Heel speciaal hier!" Hij klonk oprecht, al kon ik me moeilijk voorstellen hoe Kerst op een plek met drie cafés en een supermarkt spectaculair kon zijn.
De "kerstsfeer" begon bescheiden. In de dorpswinkel, naast een stapel verse citroenen, stond een plastic kerstboom van niet meer dan een meter hoog. Er hingen slingers in de vorm van olijven aan en een kleine kerstengel met een scheve glimlach bekroonde de top. Het was schattig op een manier die je doet glimlachen, maar ook een beetje medelijden oproept.
Die avond, terwijl we op een terras zaten met uitzicht op de donkere zee, hoorde ik muziek in de verte. We volgden het geluid en kwam uit bij het dorpsplein, waar het hele eiland zich had verzameld. Midden in de menigte stond Yannis met een accordeon in zijn handen. "Kerstliedjes!" riep hij triomfantelijk, waarna hij een melodie inzette die onmiskenbaar Grieks klonk, maar waarvan hij me verzekerde dat het over de geboorte van Jezus ging. Het klonk meer alsof Zeus op de Olympus een feestje gaf, maar het enthousiasme was aanstekelijk.
Ergens in een hoekje stond een tafel vol eten. Geen kalkoen of kerstpudding hier, maar schalen vol moussaka, tzatziki en gefrituurde visjes. Ik sloot aan bij de rij en kreeg een bord dat bijna te klein was voor de hoeveelheid die erop werd geschept. "Ouzo erbij?" vroeg een oudere dame met een knipoog, terwijl ze een glas in mijn hand drukte.
Toen de nacht vorderde, begonnen we het echte geheim van de Griekse kerstsfeer te begrijpen: het draait niet om sneeuw of luxe, maar om samenzijn, eten en zoveel ouzo drinken dat zelfs de ster van Bethlehem begint te dansen.
Een hoogtepunt van de avond was het traditionele Griekse kerstverhaal, verteld door de priester van het dorp. Hij was een kleine man met een lange baard, en terwijl hij sprak, zwaaide hij enthousiast met zijn handen. Het verhaal, zo verzekerde hij me later, was een unieke combinatie van de Bijbel en Griekse mythologie. Het eindigde met Jezus die naast een vuurtje zat met Poseidon en Hera, genietend van gevulde wijnbladeren. Ik vond het geweldig.
Aan het einde van de avond waren we omringd door nieuwe vrienden, een buik vol eten en een hoofd vol ouzo. Yannis bood me aan om me terug te rijden, wat ik afsloeg toen ik hem naar zijn accordeon zag grijpen terwijl hij zijn zoveelste glas inschonk.
Terug in het kleine appartement, terwijl de nacht over het eiland viel, dacht ik aan hoe anders deze Kerst was dan ik gewend was. Geen glitter, geen cadeaustress, geen kerstmuziek die je na drie minuten al de keel uithing. Alleen een warme gemeenschap, eenvoudige tradities en een overvloed aan gastvrijheid.
Toen ik in slaap viel, hoorde ik in de verte nog steeds Yannis' accordeon. Het klonk meer vals dan ooit, maar het maakte me niets uit. Dit was, zo besefte ik, misschien wel de meest authentieke kerst die ik ooit had meegemaakt.

Glühwein en Gehaktballen

Op een druilerige vrijdagmiddag, toen het leek alsof de grijze lucht me persoonlijk probeerde te ontmoedigen, besloot ik impulsief naar een Duitse kerstmarkt te gaan. Waarom? Omdat niets "gezelligheid" schreeuwt zoals een overbevolkte markt met kerstlampjes en een overdosis kaneel in de lucht. De bestemming: Düsseldorf, een stad die klinkt alsof het je portemonnee al leegtrekt bij het uitspreken.

Met de trein arriveerde ik in een chaos van mensen in jassen die allemaal wanhopig op zoek leken naar de magische combinatie van Glühwein en goedkope souvenirs. De eerste kraam die ik tegenkwam verkocht houten rendieren. "Handgemaakt," zei de verkoper trots, terwijl ik dacht: Ja, door een machine in China misschien.

Na vijf minuten struinen wist ik het zeker: ik had Glühwein nodig om dit vol te houden. Bij de eerste kraam bestelde ik een mok. De verkoper, een man met een baard die zo indrukwekkend was dat ik vermoedde dat hij 's nachts als kerstman werkte, overhandigde me een warme mok gevuld met rode vloeistof en een hoop kerstgeur. De eerste slok smaakte naar kerst... en naar het soort kater waar ik later spijt van zou krijgen.

Met de Glühwein in de hand vervolgde ik mijn tocht. De markt leek een eindeloos labyrint van kraampjes die allemaal hetzelfde leken te verkopen: kerstballen, kaarsen, en worsten. Een kraam met 'authentieke' Duitse gehaktballen trok mijn aandacht. Ik bestelde er één en kreeg een bal zo groot dat ik even twijfelde of ik een munitiefabriek was binnengelopen. Maar eerlijk is eerlijk, het smaakte geweldig. Vet, kruidig en perfect om de Glühwein te temperen die inmiddels als een warm deken in mijn maag lag.

Terwijl ik at, begon het zachtjes te sneeuwen. Het leek bijna alsof iemand boven op een knopje had gedrukt om de "kerstervaring" compleet te maken. Het was perfect... tot ik besefte dat mijn vingers bevroren waren en de sneeuw veranderde in een plakkerige brei.

Ik waagde me naar een kraam waar handgemaakte mutsen werden verkocht. De verkoper, een vrouw die eruitzag alsof ze al dertig jaar in een Scandinavische fjord woonde, verzekerde me dat de muts "echt wol" was. Ik zette hem op en voelde meteen een kriebel opkomen waarvan ik wist dat het me de rest van de avond zou kwellen.

Toen de avond viel, begonnen de lampjes op de markt echt te schitteren. Het was bijna magisch. Bijna, want de magie werd regelmatig doorbroken door schreeuwende kinderen en een man met een accordeon die "Jingle Bells" speelde op een manier die klonk alsof het instrument voor zijn pensioen smeekte.

Voordat ik de trein terug nam, kocht ik nog een "authentieke" kerstbal. Thuis bleek later dat er "Made in Taiwan" op stond, maar op dat moment voelde het alsof ik een stukje van de markt had meegenomen.

In de trein, omringd door andere vermoeide dagjesmensen met hun eigen Glühwein-gelukkige gezichten, dacht ik terug aan de dag. Het was hectisch, chaotisch, en eerlijk gezegd best koud. Maar met de geur van kaneel in mijn jas en de kriebelende muts op mijn hoofd, voelde ik me toch een beetje zoals die kerstballen in de etalages: glanzend, kleurrijk, en net een tikje te veel versierd.




Meelevend

Door Jeroen Geerts

Het komt regelmatig voor, een aardschok of een kleine beving op het Griekse eiland Kos. Ik moet zeggen dat ik ook diep onder de indruk was van nog niet eens zo'n zwaar bevinkje. Dit was in het jaar dat er ook een grote beving had plaatsgevonden en er veel schade was aangericht. 

We zaten op ons balkon en hadden het gevoel alsof er een hele zware vrachtwagen aan kwam rijden. Vervolgens werden we even door elkaar geschud en zagen we op het dak voor ons de stellingen die daar stonden heftig heen en weer bewegen. 

"Was dat wat ik dacht dat het was?" Ik beaamde het en stelde voor om als het nu direct nog een keer gebeurde naar beneden te gaan. "Wat dacht je van nu meteen naar beneden?"
Op het terras was het redelijk rustig en hier en daar zaten wat mensen te praten over wat er net gebeurd was. Een echte aardbeving. Een mevrouw die zat te wachten tot ze werd opgehaald door de bus die haar naar het vliegtuig zou brengen zat te draaien op haar stoel. Ze moest naar de WC en durfde eigenlijk niet. Mar ging mee. Naar de WC in de kelder en kwam er daar achter dat zij er ook niet wilde zijn. 
Paniek op het terras na de beving

De dag erna stond er op Facebook dat er grote paniek was op het terras van ons hotel, direct na de aardbeving. We keken elkaar verbaasd aan. Welke paniek. Iedereen zat rustig met elkaar te praten, te appen of te telefoneren. Maar het doet je wel wat. Het woord trauma is misschien wat te zwaar, maar je krijgt er een tik van. Deze aardbeving had eigenlijk geen schade aangericht. 

De grote aardbeving van 2017 had een verwoestende werking. Er vielen twee doden en heel veel gebouwen werden beschadigd. We spraken een vrouw die met haar kleinkind in een appartement woonde dat ook beschadigd was. Vreemd genoeg was op de gevel aangegeven dat de begane grond 'gevaarlijk' was, maar de twee verdiepingen erboven niet. De vrouw vertrouwde het niet en liep bij minste of geringste aanleiding de straat op met haar kleinkind. Ze vond de schade erg, maar die aardbeving in Mexico die net gebeurt was, dat was nog veel erger. Ik waardeer de meelevendheid van de inwoners van Kos.

Toen we later in de week op een terras een drankje namen voelden we weer de trillingen. We zagen het geschokte gezicht van de serveerster. Wij schrokken ook. Maar dit keer was het echt een vrachtwagen. Je verliest dat gevoel niet. 

Afvalberg

Door: Jeroen Geerts

Als je wat vaker op hetzelfde Griekse eiland komt, dan wijk je als vanzelf wat vaker van de begaande paden. Wij pakken altijd scooters om lekker mee rond te rijden. Te lui voor fietsen en met de auto rijd je vaak van alles voorbij. Een scooter is dan een perfecte tussenoplossing. 

Ieder een eigen scooter ook, want we willen allebei de controle over het stuur. Met onze scooters hebben we zo de mooiste plekjes gevonden op de Griekse eilanden. Verlaten strandjes met een prachtig uitzicht. Bergen met mooie vergezichten. Cafeetjes waar alleen de plaatselijke dorpsgenoten vertoefden. Piepkleine dorpsmusea waar je het gevoel krijgt opgesloten te gaan worden (als je teveel Amerikaanse thrillers hebt gezien). Ruïnes van dorpjes die op geen enkele kaart stonden.

Maar ook dat ene Italiaanse sandwich-tentje die ons elke dag voorzag van een ontbijt op maat. Moesten we wel een stukje voor scooteren vanaf ons appartement, want dat lag weer in the middle of nowhere. 

Met onze verkenningstochten op Kos waren we de omgeving van Pyli aan het ontdekken. Elke zijweg werd ingeslagen en via binnendoorpaadjes kwamen we al gauw in een wat meer uitgestrekte omgeving waar het een beetje typisch rook. 

Ik stopte om te kijken of de stank van mijn scooter af kwam want de kwaliteit van de scooters die je kunt huren varieert nogal. Het zou niet de eerste keer zijn dat we ergens midden in de natuur staan als een scooter afslaat en niet meer aan wil. Hulp is meestal snel ter plaatse, maar voorkomen is beter dan genezen. 

Nee, de lucht komt niet van de scooter. Als we de volgende bocht omslaan zien we verderop een enorme berg afval. Waar gaat de rotzooi op Kos naar toe? Daar naar toe! Even door de stank heen bijten en dan zijn we op de hoofdweg, dacht ik nog. 

Maar het waaide ook enorm en die wind  kwam over die afvalberg heen en kruiste daarna ons pad. De vaste voorwerpen bleven nog wel op hun plek op de berg. Maar in Griekenland spoelen ze het wc papier niet door......

Koffie

Door: Jeroen Geerts 

Als we net in Griekenland zijn moeten we altijd even wennen. Aan de sfeer, het weer en verkeer en vooral het gedrag van de Grieken. Soms sta je met open mond te kijken wat er gebeurt. 


Grieken zijn gek op koffie. Als je elkaar tegenkomt dan ga je kletsen, onder het genot van een kop koffie. Als er een verjaardag gevierd wordt eet je taart....met een kop koffie. Als het te heet is om te werken dan drink je frappe...ijskoffie. Je kunt je koffie bestellen want er zijn bezorgdiensten die de koffie dan bij je komen brengen. 

Je moet ook niet gek opkijken als je iemand op de scooter voorbij ziet komen met een beker koffie, waar hij tijdens het rijden uit drinkt. 

Toen we op het terras zaten van een van onze favoriete lunchtentjes komt er een scooterrijder aanrijden die voor het terras stopt. De eigenaar, Nikos, komt naar buiten en er wordt hartelijk gegroet. Ze praten even met elkaar en dan stapt de scooterrijder af, gaat op het terras zitten en geeft zijn sleutel af aan Nikos. Die stapt op de scooter en scheurt weg. 

Na vijf minuten is hij terug met een zak gemalen koffie van de supermarkt. Nikos gaat naar binnen en komt even later naar buiten met een kartonnen beker met koffie. De scooterrijder neemt hem aan, betaald, er wordt weer hartelijk gegroet en hij vertrekt al drinkend uit de beker. 

We waren verbaasd, maar niet heel erg. We hadden al eerder met Nikos van doen gehad. De eerste keer dat we daar een broodje gingen eten was het avond en waren we de enige klanten op het terras. Het broodje kwam en Nikos ging. "Ik moet even weg, kunnen jullie even op de tent letten?" En met een zwaai van zijn hand was hij weg. 

Natuurlijk kwam er even later een klant. Moet ik nu een broodje gaan maken? Maar een korte uitleg dat Nikos even weg was bleek voldoende. De klant gaat zitten en wacht geduldig. Tien minuten later is Nikos terug. Er wordt gegroet en gezoend en even later heeft de klant een heerlijke kop koffie. 

Drinke totteme zinke

Door: Jeroen Geerts 

Op het drukke terras van het restaurant is nog precies één tafeltje vrij. En ook al was dat niet zo, er wordt dan toch wel alle moeite gedaan om ergens een plekje te creëren. We schuiven samen met onze vrienden aan bij dit nieuwe restaurant op ons Griekse eiland. 

Het is een soort tapas restaurant, in Griekenland heet dat mezes. Het restaurant heeft voor ons West Europeanen een bijkans onuitspreekbare naam. Maar het lijkt ook dat dit een plek is die zich niet persé op toeristen richt. Des te beter want we moeten zeker niets van "Friet van Piet" weten. 

We zijn eigenlijk wel een fan van mezes restaurantjes. Door de kleinere gerechten die worden geserveerd ben je aan het eind van de avond niet doorgedraaid door de grote hoeveelheid eten die op tafel wordt gezet. (Een tip voor nieuwkomers: eet niet alles op, want dan heb je de kans dat je de volgende keer nog meer krijgt!) 




"Wat zullen we drinken?" "Doe maar witte wijn, een literkaraf, dat krijgen we wel weg" We proosten eten en genieten van de grote keus uit voorgerechten, en kleinere hoofdgerechten waar we een keus uit hebben gemaakt. 

Twee tafels verderop schuift een familie aan. "Hé, dat zijn de eigenaren van ons andere mezes restaurant. Nou als die hier komen eten dan moet het wel goed zijn." We groeten en proosten over en weer (Yamas!) en komen erachter dat er een stroomstoring is waardoor het andere restaurant vanavond gesloten is. 

Uiteindelijk is het eten op, beginnen we aan een toetje en is ook de karaf witte wijn geslonken tot een bodempje. We voelen de frisse, lokale wijn wel zitten, we blozen ervan. Dan komt de ober een nieuwe karaf brengen. Van die andere tafel daar. Er wordt weer geproost. Glazen geheven en gegroet. "Mijn hemel ik kan niet meer" Nadat iedereen een beetje heeft gedronken staan er halfvolle glazen op tafel en lijkt er nog niets uit de karaf te zijn gedronken.  

Met in het zicht onze nieuwe vrienden van het andere restaurant, kunnen we moeilijk de karaf laten staan. Nog maar wat drinken dan. Uiteindelijk lukt het om de karaf half leeg te krijgen. "Als we nu nog doorgaan mag je me naar huis rollen." 

"Wacht, ik heb een idee", zegt onze vriendin. Uit haar tas haalt ze een bijna lege waterfles. Ik schuif mijn stoel een beetje naar rechts zodat ik precies tussen de andere tafel en onze vriendin zit en zij schenkt vlug de karaf leeg in de waterfles. Terug in de tas en klaar. Er wordt hartelijk gelachen aan de tafel naast ons die vol zicht hebben op de perikelen rond de wijn.

Zo, en nu nog even onze nieuwe vrienden van het nadere restaurant terugpakken: "Ober, geef hen ook maar een rondje van hetzelfde." Jammer joh, ze hadden zich al ingedekt. Zij dronken glaasjes en geen karaf. 

De grafredenaar

Door: Jeroen Geerts

"Je zou er je werk van kunnen maken", zo vertelde een neef tegen mij. Ondanks de omstandigheden schoot ik in de lach. "Als een soort weddingsinger bedoel je? Maar dan als 'grafredenaar'?"

Eigenlijk is daar het idee geboren. In de trieste omstandigheid waarin we ons bevonden, de begrafenis van alweer een naast familielid.
Sinds het overlijden van mijn vader in 2006 ben ik eigenlijk altijd degene die namens de familie een grafrede schrijft en uitspreekt. Natuurlijk met inbreng van de andere familieleden. Het helpt natuurlijk dat presenteren, zowel voor radio als tv, voor congressen en bijeenkomsten een onderdeel van mijn werk was geworden.

Toch is het wel een dingetje om een goede grafrede te schrijven. Met alleen een opsomming van feiten en een levensloop kom je er niet. Er moet iets persoonlijks in zitten.
En, als het even kan, iets luchtigs. We hoeven niet onder de bank te liggen van het lachen, maar er mag wel een glimlach op ons gezicht komen. Een herkenning van een situatie.
Toch nog twee jaar na de conversatie met mijn neefje besluit ik het er op te wagen. Ik bied mezelf aan als 'grafredenaar'. Ik wil wel helpen bij het schrijven van een grafrede. Ik wil ze ook wel voordragen of iemand helpen met het voordragen.

Dodelijk wapen

Door: Jeroen Geerts 

Een jaar of twaalf zal ik geweest zijn. Mijn broer maakte een kruisboog en in die periode maakte ik dat na. Nu was hij al wat ouder dan ik. Ik ben tenslotte het nakomertje. Na-apen hoorde bij de leeftijd. Toen was ik nog een fervent aanhanger van de Thunderbirds. Als je die oude afleveringen ziet dan verbaas je je over de mate van geweld en doodslag die er in voorkomt. 


Nog meer verbaasd ben ik dan dat het kennelijk niet bijzonder schadelijk werd gevonden dat ik naar dit soort programmainhoud keek. Want geweld was wel iets dat verwerpelijk werd gevonden in onze familie. Ik weet nog dat mijn vader de erwtenschieter (een soort proppenschieter in de vorm van een plastic pistool waarmee je erwten kon afvuren) afnam van een van mijn oudere broers en het he-le-maal kapot trapte. Wat de aanleiding was is mij nu niet meer helemaal duidelijk. Maar misschien had hij vanaf het balkon op auto's geschoten of zo. Anderzijds kreeg ik dan weer wel een speelgoedgeweer omdat ik mij gedroeg op de kleuterschool en een speelgoedpistool op vakantie. 

Mijn vader heeft ook nog wel eens meegedaan in een competitie met luchtbuksen bij ons op de oprit. Hij verloor maar kon ons wel handige tips geven. 

Ik blijk trouwens, ondanks dat ik geweld onmenselijk vind, wel een goede schutter te zijn. Het een staat los van het ander. Een moordwapen vind je zowat in elke tuinschuur. Een kettingzaag of bijl is net zo dodelijk als een pistool tenslotte. 

Ik ontdekte mijn kwaliteit als schutter met het blaaspijp schieten. Papieren pijltjes die worden afgevuurd met de blaaskracht in een elektriciteitsbuis. We hadden uitgevonden dat we vele malen nauwkeuriger en verder konden schieten als de buis wat langer was dan de armlengte waar de meesten mee rondliepen. Ik was meester in het afvuren van papieren pijltjes door een kier in het raam in het zachte piepschuimplafond dat in die tijd zo populair was. O wee als je je raam open liet. Je hele plafond zat onder de pijltjes. Later bij het schieten met luchtbuksen en luchtpistolen bleef ik een van de beste schutters. 

Terug naar de kruisboog. Mijn broer maakte nauwkeurig een gepolijst exemplaar die er mooi uit zag en werkte. Met een stuk fietsband werd een klosje naar voren getrokken waarmee een voorwerp, een dartpijl of een potlood werd weggeschoten. Mijn exemplaar was iets praktischer. Een houten klerenhanger op een balk met ook een stuk fietsband en een klosje. Dus niks gepolijst en geschuurd. 

De functionaliteit was overweldigend. Een dartpijl die van een behoorlijke afstand werd afgevuurd op een dartbord ging dwars door het dartbord heen. Het was een echt moordwapen moet ik nu concluderen. Een vriendje dat vroeg "of het wel een beetje werkte" wilde ik demonstreren hoe ver iets kwam. Ik schoot een potlood af met de bedoeling deze over het blok gebouwen naast ons te schieten. Ik mikte niet nauwkeurig. Het potlood ging dwars door het raam op de tweede verdieping. Met een rood hoofd vluchtten we naar binnen. Ik denk dat de bewoners van die woning zich nog altijd afvragen waar dat potlood door het kapotte raam toch vandaan kwam. En hoe een potlood op twee hoog door een raam heen kon komen....


Je kunt me ook volgen op: