Afvalberg

Door: Jeroen Geerts

Als je wat vaker op hetzelfde Griekse eiland komt, dan wijk je als vanzelf wat vaker van de begaande paden. Wij pakken altijd scooters om lekker mee rond te rijden. Te lui voor fietsen en met de auto rijd je vaak van alles voorbij. Een scooter is dan een perfecte tussenoplossing. 

Ieder een eigen scooter ook, want we willen allebei de controle over het stuur. Met onze scooters hebben we zo de mooiste plekjes gevonden op de Griekse eilanden. Verlaten strandjes met een prachtig uitzicht. Bergen met mooie vergezichten. Cafeetjes waar alleen de plaatselijke dorpsgenoten vertoefden. Piepkleine dorpsmusea waar je het gevoel krijgt opgesloten te gaan worden (als je teveel Amerikaanse thrillers hebt gezien). Ruïnes van dorpjes die op geen enkele kaart stonden.

Maar ook dat ene Italiaanse sandwich-tentje die ons elke dag voorzag van een ontbijt op maat. Moesten we wel een stukje voor scooteren vanaf ons appartement, want dat lag weer in the middle of nowhere. 

Met onze verkenningstochten op Kos waren we de omgeving van Pyli aan het ontdekken. Elke zijweg werd ingeslagen en via binnendoorpaadjes kwamen we al gauw in een wat meer uitgestrekte omgeving waar het een beetje typisch rook. 

Ik stopte om te kijken of de stank van mijn scooter af kwam want de kwaliteit van de scooters die je kunt huren varieert nogal. Het zou niet de eerste keer zijn dat we ergens midden in de natuur staan als een scooter afslaat en niet meer aan wil. Hulp is meestal snel ter plaatse, maar voorkomen is beter dan genezen. 

Nee, de lucht komt niet van de scooter. Als we de volgende bocht omslaan zien we verderop een enorme berg afval. Waar gaat de rotzooi op Kos naar toe? Daar naar toe! Even door de stank heen bijten en dan zijn we op de hoofdweg, dacht ik nog. 

Maar het waaide ook enorm en die wind  kwam over die afvalberg heen en kruiste daarna ons pad. De vaste voorwerpen bleven nog wel op hun plek op de berg. Maar in Griekenland spoelen ze het wc papier niet door......

Koffie

Door: Jeroen Geerts 

Als we net in Griekenland zijn moeten we altijd even wennen. Aan de sfeer, het weer en verkeer en vooral het gedrag van de Grieken. Soms sta je met open mond te kijken wat er gebeurt. 


Grieken zijn gek op koffie. Als je elkaar tegenkomt dan ga je kletsen, onder het genot van een kop koffie. Als er een verjaardag gevierd wordt eet je taart....met een kop koffie. Als het te heet is om te werken dan drink je frappe...ijskoffie. Je kunt je koffie bestellen want er zijn bezorgdiensten die de koffie dan bij je komen brengen. 

Je moet ook niet gek opkijken als je iemand op de scooter voorbij ziet komen met een beker koffie, waar hij tijdens het rijden uit drinkt. 

Toen we op het terras zaten van een van onze favoriete lunchtentjes komt er een scooterrijder aanrijden die voor het terras stopt. De eigenaar, Nikos, komt naar buiten en er wordt hartelijk gegroet. Ze praten even met elkaar en dan stapt de scooterrijder af, gaat op het terras zitten en geeft zijn sleutel af aan Nikos. Die stapt op de scooter en scheurt weg. 

Na vijf minuten is hij terug met een zak gemalen koffie van de supermarkt. Nikos gaat naar binnen en komt even later naar buiten met een kartonnen beker met koffie. De scooterrijder neemt hem aan, betaald, er wordt weer hartelijk gegroet en hij vertrekt al drinkend uit de beker. 

We waren verbaasd, maar niet heel erg. We hadden al eerder met Nikos van doen gehad. De eerste keer dat we daar een broodje gingen eten was het avond en waren we de enige klanten op het terras. Het broodje kwam en Nikos ging. "Ik moet even weg, kunnen jullie even op de tent letten?" En met een zwaai van zijn hand was hij weg. 

Natuurlijk kwam er even later een klant. Moet ik nu een broodje gaan maken? Maar een korte uitleg dat Nikos even weg was bleek voldoende. De klant gaat zitten en wacht geduldig. Tien minuten later is Nikos terug. Er wordt gegroet en gezoend en even later heeft de klant een heerlijke kop koffie. 

Drinke totteme zinke

Door: Jeroen Geerts 

Op het drukke terras van het restaurant is nog precies één tafeltje vrij. En ook al was dat niet zo, er wordt dan toch wel alle moeite gedaan om ergens een plekje te creëren. We schuiven samen met onze vrienden aan bij dit nieuwe restaurant op ons Griekse eiland. 

Het is een soort tapas restaurant, in Griekenland heet dat mezes. Het restaurant heeft voor ons West Europeanen een bijkans onuitspreekbare naam. Maar het lijkt ook dat dit een plek is die zich niet persé op toeristen richt. Des te beter want we moeten zeker niets van "Friet van Piet" weten. 

We zijn eigenlijk wel een fan van mezes restaurantjes. Door de kleinere gerechten die worden geserveerd ben je aan het eind van de avond niet doorgedraaid door de grote hoeveelheid eten die op tafel wordt gezet. (Een tip voor nieuwkomers: eet niet alles op, want dan heb je de kans dat je de volgende keer nog meer krijgt!) 




"Wat zullen we drinken?" "Doe maar witte wijn, een literkaraf, dat krijgen we wel weg" We proosten eten en genieten van de grote keus uit voorgerechten, en kleinere hoofdgerechten waar we een keus uit hebben gemaakt. 

Twee tafels verderop schuift een familie aan. "Hé, dat zijn de eigenaren van ons andere mezes restaurant. Nou als die hier komen eten dan moet het wel goed zijn." We groeten en proosten over en weer (Yamas!) en komen erachter dat er een stroomstoring is waardoor het andere restaurant vanavond gesloten is. 

Uiteindelijk is het eten op, beginnen we aan een toetje en is ook de karaf witte wijn geslonken tot een bodempje. We voelen de frisse, lokale wijn wel zitten, we blozen ervan. Dan komt de ober een nieuwe karaf brengen. Van die andere tafel daar. Er wordt weer geproost. Glazen geheven en gegroet. "Mijn hemel ik kan niet meer" Nadat iedereen een beetje heeft gedronken staan er halfvolle glazen op tafel en lijkt er nog niets uit de karaf te zijn gedronken.  

Met in het zicht onze nieuwe vrienden van het andere restaurant, kunnen we moeilijk de karaf laten staan. Nog maar wat drinken dan. Uiteindelijk lukt het om de karaf half leeg te krijgen. "Als we nu nog doorgaan mag je me naar huis rollen." 

"Wacht, ik heb een idee", zegt onze vriendin. Uit haar tas haalt ze een bijna lege waterfles. Ik schuif mijn stoel een beetje naar rechts zodat ik precies tussen de andere tafel en onze vriendin zit en zij schenkt vlug de karaf leeg in de waterfles. Terug in de tas en klaar. Er wordt hartelijk gelachen aan de tafel naast ons die vol zicht hebben op de perikelen rond de wijn.

Zo, en nu nog even onze nieuwe vrienden van het nadere restaurant terugpakken: "Ober, geef hen ook maar een rondje van hetzelfde." Jammer joh, ze hadden zich al ingedekt. Zij dronken glaasjes en geen karaf. 

De grafredenaar

Door: Jeroen Geerts

"Je zou er je werk van kunnen maken", zo vertelde een neef tegen mij. Ondanks de omstandigheden schoot ik in de lach. "Als een soort weddingsinger bedoel je? Maar dan als 'grafredenaar'?"

Eigenlijk is daar het idee geboren. In de trieste omstandigheid waarin we ons bevonden, de begrafenis van alweer een naast familielid.
Sinds het overlijden van mijn vader in 2006 ben ik eigenlijk altijd degene die namens de familie een grafrede schrijft en uitspreekt. Natuurlijk met inbreng van de andere familieleden. Het helpt natuurlijk dat presenteren, zowel voor radio als tv, voor congressen en bijeenkomsten een onderdeel van mijn werk was geworden.

Toch is het wel een dingetje om een goede grafrede te schrijven. Met alleen een opsomming van feiten en een levensloop kom je er niet. Er moet iets persoonlijks in zitten.
En, als het even kan, iets luchtigs. We hoeven niet onder de bank te liggen van het lachen, maar er mag wel een glimlach op ons gezicht komen. Een herkenning van een situatie.
Toch nog twee jaar na de conversatie met mijn neefje besluit ik het er op te wagen. Ik bied mezelf aan als 'grafredenaar'. Ik wil wel helpen bij het schrijven van een grafrede. Ik wil ze ook wel voordragen of iemand helpen met het voordragen.

Dodelijk wapen

Door: Jeroen Geerts 

Een jaar of twaalf zal ik geweest zijn. Mijn broer maakte een kruisboog en in die periode maakte ik dat na. Nu was hij al wat ouder dan ik. Ik ben tenslotte het nakomertje. Na-apen hoorde bij de leeftijd. Toen was ik nog een fervent aanhanger van de Thunderbirds. Als je die oude afleveringen ziet dan verbaas je je over de mate van geweld en doodslag die er in voorkomt. 


Nog meer verbaasd ben ik dan dat het kennelijk niet bijzonder schadelijk werd gevonden dat ik naar dit soort programmainhoud keek. Want geweld was wel iets dat verwerpelijk werd gevonden in onze familie. Ik weet nog dat mijn vader de erwtenschieter (een soort proppenschieter in de vorm van een plastic pistool waarmee je erwten kon afvuren) afnam van een van mijn oudere broers en het he-le-maal kapot trapte. Wat de aanleiding was is mij nu niet meer helemaal duidelijk. Maar misschien had hij vanaf het balkon op auto's geschoten of zo. Anderzijds kreeg ik dan weer wel een speelgoedgeweer omdat ik mij gedroeg op de kleuterschool en een speelgoedpistool op vakantie. 

Mijn vader heeft ook nog wel eens meegedaan in een competitie met luchtbuksen bij ons op de oprit. Hij verloor maar kon ons wel handige tips geven. 

Ik blijk trouwens, ondanks dat ik geweld onmenselijk vind, wel een goede schutter te zijn. Het een staat los van het ander. Een moordwapen vind je zowat in elke tuinschuur. Een kettingzaag of bijl is net zo dodelijk als een pistool tenslotte. 

Ik ontdekte mijn kwaliteit als schutter met het blaaspijp schieten. Papieren pijltjes die worden afgevuurd met de blaaskracht in een elektriciteitsbuis. We hadden uitgevonden dat we vele malen nauwkeuriger en verder konden schieten als de buis wat langer was dan de armlengte waar de meesten mee rondliepen. Ik was meester in het afvuren van papieren pijltjes door een kier in het raam in het zachte piepschuimplafond dat in die tijd zo populair was. O wee als je je raam open liet. Je hele plafond zat onder de pijltjes. Later bij het schieten met luchtbuksen en luchtpistolen bleef ik een van de beste schutters. 

Terug naar de kruisboog. Mijn broer maakte nauwkeurig een gepolijst exemplaar die er mooi uit zag en werkte. Met een stuk fietsband werd een klosje naar voren getrokken waarmee een voorwerp, een dartpijl of een potlood werd weggeschoten. Mijn exemplaar was iets praktischer. Een houten klerenhanger op een balk met ook een stuk fietsband en een klosje. Dus niks gepolijst en geschuurd. 

De functionaliteit was overweldigend. Een dartpijl die van een behoorlijke afstand werd afgevuurd op een dartbord ging dwars door het dartbord heen. Het was een echt moordwapen moet ik nu concluderen. Een vriendje dat vroeg "of het wel een beetje werkte" wilde ik demonstreren hoe ver iets kwam. Ik schoot een potlood af met de bedoeling deze over het blok gebouwen naast ons te schieten. Ik mikte niet nauwkeurig. Het potlood ging dwars door het raam op de tweede verdieping. Met een rood hoofd vluchtten we naar binnen. Ik denk dat de bewoners van die woning zich nog altijd afvragen waar dat potlood door het kapotte raam toch vandaan kwam. En hoe een potlood op twee hoog door een raam heen kon komen....


Je kunt me ook volgen op: